Posts tonen met het label art-deco/nouveau. Alle posts tonen
Posts tonen met het label art-deco/nouveau. Alle posts tonen

maandag 29 april 2024

gevels


Lies en ik zijn nog bezig met de art-nouveauwandeling in Blankenberge
ondertussen reeds weer een week geleden
Het oud Stadhuis (hier onder rechts) werd gebouwd in 1680 in Vlaamse Renaissancestijl.
Het is het oudst bewaarde burgerlijke gebouw van Blankenberge.
Al in 1937 werd het beschermd en momenteel wordt het gebruikt als tentoonstellingszaal.
Hier en daar langs de route duiken nog steeds prachtige gevels op




Aan de jachthaven staat de Paravang die dateert uit 1908.
De dakbedekking is uitgewerkt in neogotische stijl en ziet er wat Oosters uit.
 De dakpannen zijn geglazuurd en in het dak zijn schelpmotieven ingewerkt.
Bij de Paravang staat een kunstwerk van de Beaufort editie uit 2012
'Monument voor een Saltimbanque' van de Nederlandse kunstenaar Folkert de Jong
Een saltimbanque is een harlekijn, circusartiest, clown, etc. 
En we eindigen de mooie dag met nog een indrukwekkende gevel

zaterdag 27 april 2024

glazuur


Lies en ik bezochten vorig jaar nog het belle epoque centrum van Blankenberge
maar nu deden we de art-nouveauwandeling

Art nouveau villa's duiken volgens de bouwarchieven vanaf 1901 op.
Toeristen en gegoede Blankenbergenaars kregen algauw de smaak
van zwier en kleur te pakken en 'bouwmeesters' bedienden hen op hun wenken.

Heel markant voor het Blankenbergs art nouveaupatrimonium is het gebruik van
geglazuurd keramisch materiaal voor gevelbekledingen:
praktisch in onderhoud, hygiënisch en bestand tegen het grillige zeeklimaat.

Sommige huizen zijn echte pareltjes,
andere gebouwen verkommeren meer en meer
Het zal dan ook wel heel wat euro's kosten om te blijven onderhouden en/of renoveren


Jammer dat de straten van de route niet aantrekkelijker zijn
De merendeel lijkt wat te verloederen
Hoe netjes de pier geworden is hoe onfris de straten
Maar dat is enkel onze mening natuurlijk
In volgend postje wandelen we nog wat verder

vrijdag 21 april 2023

ambitieus



Midden 19e eeuw.
Emiel Vandommele is een begaafde leerling
van de Izegemse meester-schoenmaker Eduard Dierick,
die rond 1830 al laarzen had gemaakt voor de koningen Willem I en Leopold I.
Emiel is ook ambitieus en sticht in 1863 het schoenbedrijf Eperon d’Or.
Die naam heeft te maken met zijn liefde voor paarden.
Zijn keuze voor een Franse firmanaam past perfect in de toenmalige tijdsgeest.
Het gaat Eperon d’Or snel voor de wind.
Het bedrijf heeft aanvankelijk geen vaste locatie in de stad en verhuist regelmatig.
Niettemin produceren haar 80 werknemers in 1870 toch al 15.000 paar schoenen per jaar.
In 1910 vestigt het bedrijf zich definitief in een eigen fabriek
op de huidige locatie aan de Prins Albertlaan.

Vandommele en de zijnen hebben zich ondertussen gespecialiseerd in luxeschoenen, 
vooral voor dames.
Izegem profileert zich in die tijd meer en meer als schoenenstad.
Het keurmerk ‘Chaussures d’Iseghem’ wordt langzamerhand een garantie voor kwaliteit.
Eperon d’Or groeit verder en in 1930 maakt het bedrijf een echt statement,
met de bouw van een administratief voorgebouw in art-decostijl.
Op dat moment werken er een 180-tal personen bij het bedrijf.

Vanaf de jaren 1960 gaat de Izegemse schoenensector dramatisch achteruit,
onder meer door de felle concurrentie uit Italië en Oost-Europa.
Veel bedrijven krijgen harde klappen – 
ook Eperon d’Or, waar op dat moment de vijfde generatie Vandommele aan het roer staat.
In 1967 gaat het bedrijf failliet.
De gebouwen ontsnappen gelukkig aan de sloophamer.
In 1999 wordt het art-decovoorgebouw officieel beschermd als monument.
Zes jaar later koopt de stad Izegem het aan.
Nog eens zes jaar later, in 2011, komt ook de achterliggende fabriekshal in handen van de stad.
Eperon d’Or is klaar voor een heel nieuw leven als museum
En daar gaan we in volgend postje verder op ontdekking


vrijdag 22 oktober 2021

pronkstuk




1933
Rijke vakantiegangers die in Middelkerke verblijven
willen een eigen bidplaats in hun buurt
en laten deze opmerkelijke kapel bouwen: de Sint-Theresiakapel
De Oostendse architect Albert Victor Fobert levert de plannen
voor dit gebedshuis in art deco stijl.
Hij maakt daarbij gebruik van skeletbouw in gewapend beton.
Binnenin vallen de glas-in-lood ramen en de groenzwarte betegeling duidelijk op.
Waar men in de meeste kerken en kapellen een houten lambrizering aantreft,
is er hier gekozen voor geglazuurde tegels.




Theresia van Lisieux is een Franse heilige en kerkleraar van de Rooms-Katholieke Kerk.
Ze is patrones van de missionarissen wereldwijd en het missiewerk
daar ze zelf graag missionaris had geworden maar niet kon wegens haar zwakke gezondheid.
Ze overleed in 1897 aan tuberculose toen ze 24 was
Theresia wordt gewoonlijk afgebeeld met een rozentuil in haar hand.



Als je nog iets op te biechten hebt kan dat hier in stijl
Wat een pronkstuk
Wie zou hier niet te biechte willen gaan


En als je zonden je vergeven zijn 
kan je gaan genieten van de prachtige glasramen 









Wie denkt een déjà vu te hebben heeft gelijk
want jaren geleden liet ik er al eens wat van zien
Maar toen ik met Lies in Middelkerke was
vond ik het meer dan de moeite om deze prachtige kapel nog eens te bezoeken




De Sint-Theresiakapel is een beschermd monument sinds 2002